Historie

Pionierswerk in den Oost.

Si Noni Koffie was voorheen Djamoer Barat Koffie. In 1930 pacht Marius Eduard Donkersloot, planter uit Deli, een stuk grond in Atjeh en begint daar, in de wildernis, samen met dertig Javaanse echtparen als werknemers, zijn eigen koffieplantage.

Na twee jaar lang keihard werken lukte het Marius om de plantage van de grond te krijgen. Hij had direct al een prachtige naam voor de droomonderneming bedacht: Djamoer Barat (Paddenstoel van het westen). Een naam ingegeven door het feit dat in het bos ten westen van de onderneming talloze grote eetbare paddenstoelen groeien die tot groot genoegen tot heerlijke gerechten werden verwerkt.

De arabica bonen van Djamoer Barat wierven al snel bekendheid in Europa. De verspreiding van een van de eerste Gayo koffies ter wereld was een feit.

Na de Japanse bezetting viel de onderneming in handen van de lokale bevolking, bestaande uit de Javaanse echtparen van Djamoer Barat die achterbleven.

In 2015 vindt kleinzoon Michiel Eduard Donkersloot de onderneming terug en besluit door te gaan met het promoten en verkopen van de ooit zo beroemde Gayo koffie. Een droom waar Marius ooit in de jaren 30 mee begon.